Zorg voor de vluchteling

 

Welke zorginstanties zijn bij AZC’s betrokken?

 

Menzis COA Administratie (MCA), regelt de gezondheidszorg voor asielzoekers in Nederland.  MCA heeft een contract met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voor het organiseren van alle zorg waarop een asielzoeker aanspraak kan doen, vanuit de Regeling Zorg Asielzoekers. Meziz krijgt na onderhandeling met het COA en VSW een pot met geld van het Ministerie VWS. Mensiz besteed het geld aan diverse zorgaanbieders waarmee zij contracten hebben in de omgeving. MCA koopt zelf zorg in. De Regeling Zorg Asielzoekers is een natura-regeling en beschrijft de zorg en de voorwaarden van alle zorgsoorten waar een asielzoeker recht op heeft. De RZA bevat nagenoeg alle zorg, zoals ook in de Basisverzekering voor Nederlanders is opgenomen. Daarnaast kent de RZA  aanvullende zorg, gericht op de doelgroep,  zoals  Mondzorg voor volwassenen en Algemeen Maatschappelijk Werk.

 

Gemeenten dragen verantwoordelijkheden op het terrein van de publieke gezondheidszorg. Deze verantwoordelijkheden zijn beschreven in de Wet publieke gezondheid (Wpg) en gelden ook voor asielzoekers. Sinds 1 januari 2015 dragen gemeenten de verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg. Voor asielzoekers geldt dat het COA de komende jaren deze verantwoordelijkheid draagt. In geval van crisis of een vermoeden van kindermishandeling (Veilig Thuis) is de gemeente verantwoordelijk, ook voor

asielzoekers. 

 

Huisartsenzorg voor asielzoekers in de reguliere COA-opvang wordt geregeld via Gezondheidscentrum Asielzoekers (GC A). GC A is een landelijk gezondheidscentrum dat werkt vanuit zorglocaties dichtbij of op asielzoekerscentra. Hier kunnen asielzoekers terecht voor een consult met een huisarts, een praktijkverpleegkundige, consulent GGZ of een praktijkassistent. Daarnaast kunnen zij 24 uur per dag de GC A-Praktijklijn bellen die bemenst wordt door triagisten en een huisarts. Na telefonische triage wordt bepaald of er geschakeld moet worden met de GC A-locatie, of in het weekend of ’s nachts met een huisartsenpost in de buurt van het asielzoekerscentrum. Een asielzoeker kan bovendien de GC A-Praktijklijn bellen voor een afspraak bij de GC A-locatie of bij een externe zorgverlener zoals de tandarts of het ziekenhuis. In sommige gevallen kan een asielzoeker aanspraak maken op een taxi naar de zorgbestemming. De GCA Praktijklijn kan dit organiseren.

 

Waarin is de medische hulp voor een vluchteling anders dan voor de Nederlander?

 

Gratis zorgverzekering, maatschap. begeleiding, Asielzoekers die in de centrale opvang verblijven van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hebben, net als ieder ander, vergelijkbare toegang tot de gezondheidszorg: zij kunnen bijvoorbeeld naar de huisarts, de verloskundige of het ziekenhuis. Via de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA) hebben vluchtelingen in principe recht op dezelfde medische zorg als Nederlanders met een basisverzekering. Hetzelfde geldt voor zorg uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Wet langdurige zorg (Wlz). Ook zijn er speciale afspraken gemaakt over de vergoeding van tandheelkundige zorg. Naast het feit dat vluchtelingen geen premie betalen voor hun zorgverzekering, hoeven

zij, gezien hun beperkte financiële middelen, ook geen eigen risico of eigen bijdrages te betalen. Denk daarbij aan het verplichte eigen risico voor ziekenhuiszorg en geneesmiddelen of de eigen bijdrage voor gehoortoestellen en ADHD-medicijnen. Alle basiszorg wordt dus volledig gedekt zonder tussenkomst van eigen betalingen.

 

Wat voor hulp kan aan de vluchtelingen worden geboden?

 

In principe is alle hulp aanwezig die noodzakelijk is. Wel kampen ze met psychologisch zorg dilemma: De hulpvraag voor geestelijke ondersteuning ligt hoger bij uitgeprocedeerde asielzoekers. Wanneer zij worden opgenomen voor crisisopvang worden zij niet uitgezet. Anderzijds: Wie langdurig in een AZC verblijft, heeft een grotere kans op chronische klachten. Er

ontstaat demoralisatie door de onduidelijke procedures, er zijn weinig zinvolle bezigheden, de dreiging van uitzetting hangt in de lucht en sommigen raken teleurgesteld. Het is voor het COA moeilijk te achterhalen of mensen bijvoorbeeld een

psychose hebben, of hun tijd in Nederland willen rekken. Afgelopen week hebben een 50-tal zorgaanbieders met MCA een convenant ondertekend om psychische klachten bij asielzoekers  zoveel als mogelijk te voorkomen en/of te

verminderen. Het MCA streeft er met de gezamenlijke totstandkoming van dit convenant naar dat partijen elkaar beter leren kennen, samenwerkingsafspraken maken, elkaar goed informeren en positioneren. Op die manier probeert MCA ook zicht te krijgen op de randvoorwaarden die daarvoor ingevuld moeten worden vanuit iedere betrokken partij. Het convenant is vooralsnog een eerste stap in ambitie, er zijn nog veel uitwerkpunten.

 

 Hoe verloopt de communicatie over zorg, via het AZC, COA of gemeente?

 

Asielzoekers maken gebruik van reguliere en publieke zorg. Het COA heeft een niet medische gidsfunctie. Dit betekent dat COA-medewerkers de asielzoeker wegwijs maken in de organisatie van de gezondheidszorg in Nederland. Zo informeren COA-medewerkers op het asielzoekerscentrum de asielzoeker zowel mondeling als schriftelijk over hoe de zorg georganiseerd is, en waar de asielzoeker met zijn of haar zorgvraag terecht kan. De minder zelfredzame asielzoeker krijgt ondersteuning bij het contact leggen met zorgverleners. Hierdoor wordt de toegang tot de zorg laagdrempelig gehouden. Het COA heeft op elk asielzoekerscentrum een zorginformatiepunt voor asielzoekers. Hier vindt de asielzoeker schriftelijke informatie over de medische zorg. Deze schriftelijke informatie is beschikbaar in diverse talen. Op elke locatie stelt het COA telefoons beschikbaar waarmee de asielzoeker kosteloos en met voldoende privacy de GC A Praktijklijn kan bellen. De asielzoeker wordt gestimuleerd om net zoals in de reguliere zorg, telefonisch zijn of haar hulpvraag te stellen en/of direct een afspraak te maken met de huisarts. Het COA coördineert het multidisciplinairoverleg (mdo) op locatie. In het mdo participeren de opvangmedewerkers van het COA, De aan het asielzoekerscentrum verbonden huisarts en - op verzoek - andere gecontracteerde zorgverleners. Het mdo heeft als doel de zorg- en dienstverlening die door diverse partijen geleverd wordt aan asielzoekers te delen en op elkaar af te stemmen. Centraal hierbij staat het belang van de individuele asielzoeker die medisch-sociale hulp, begeleiding of bijzondere aandacht nodig heeft. Maar er is ook aandacht voor onderwerpen als leefbaarheid en veiligheid op de COA locatie. Tot slot faciliteert het COA diverse processen van zowel GC A als de GGD. Het COA stelt (medische) werkruimtes ter beschikking, ondersteunt de tbc-screening door de GGD en stimuleert asielzoekers deel te nemen aan de medische intake door GC A. Openbare Geestelijke Gezondheidszorg De Openbare Geestelijke Gezondheidszorg aan asielzoekers betreft actieve ongevraagde hulpverlening aan volwassen asielzoekers met ernstige problemen op psychosociaal gebied, die niet zelf om hulp vragen en die niet bereikt worden met het reguliere zorgaanbod. Het zorgaanbod vindt plaats op initiatief van de huisarts, praktijkverpleegkundige, GGD-medewerker of COA-medewerker en wordt aangevraagd via de huisarts. De medische teams (zie www.gcasielzoekers.nl) in deze azc’s hebben speciale aandacht voor het vroeg onderkennen van psychische problematiek ten gevolge van oorlogs- en geweldservaringen.

 

Tegen wat voor (overige) obstakels loopt de zorgverlener van een AZC aan? 

 

Volgens een woordvoerder van het COA is het aan de psychiaters psychologen om vast te stellen of een vluchteling opgenomen dient te worden. Zij hebben de lastige taak om een goede diagnosis te stellen. In de gesprekken met de zorgverleners zijn een flink aantal uitdagingen naar voren gekomen waarmee zij in hun werk te maken krijgen: vooral het omgaan met culturele verschillen, irreële verwachtingen, het somatiseren van psychische problemen, en de effecten van de asielprocedure. (Pharos) De asielprocedure en de onzekerheid die deze met zich meebrengt, beïnvloedt volgens de zorgverleners de psychische gezondheid van asielzoekers en heeft ook een impact op de hulpverleningspraktijk. Zorgverleners hebben moeite om te duiden of en wanneer asielzoekers komen met hulpvragen ten behoeve van de asielprocedure. Daarnaast kan het soms lang duren voordat de juiste hulp is gevonden. Voor de Nederlandse burgers bestaat ook een wachtlijst voor de geestelijke gezondheidszorg. Tenslotte bestaan er cultuurverschillen: in sommige culturen kun je direct naar het ziekenhuis, in Nederland gaat dit via de huisarts. Over het algemeen ervaren de zorgverleners de fysieke toegankelijkheid van hun eigen zorg voor asielzoekers als positief. Vooral de toegang tot het GC A verloopt goed volgens de meeste zorgverleners, met name vanwege de laagdrempeligheid van de inloopspreekuren. De meningen over het aanwezig zijn van de huisarts en tweedelijns GGZ zorg op het asielzoekerscentrum zijn verdeeld. Enerzijds wordt het even weg zijn van het centrum als voordeel gezien, anderen merken op dat ze dat juist een drempel vinden. Over het algemeen hangt de mening van de zorgverleners sterk samen met de locatie waarop zij werken en de ligging hiervan. Het gebruik en de toegankelijkheid van de praktijklijn van het GC A wordt niet als positief beoordeeld. Ook zetten de zorgverleners vraagtekens bij de voorlichting en informatievoorziening die asielzoekers moeten ontvangen. De rol van de niet-medische gidsfunctie van het COA blijft onduidelijk. Het GC A speelt een cruciale rol als poortwachter voor de GGZ. Het lijkt erop dat veel GC A’ers hierin enige mate van terughoudendheid betrachten: deels omdat men de GGZ niet altijd het juiste antwoord vindt op de problematiek, deels door structurele problemen in de GGZ, zoals wachttijden.